Home Jeugd Lessen Gevorderden Les 2

Aanvang lessen:

8:30  In de haven om je voor te bereiden op de les.

9:00  Sta je compleet met je bootje klaar bij de aangewezen helling.

-  Zwaard, roer en mast met spriet en opgerold zeil in je bootje.

-  Peddel, hoosvat en sleeplijntje behoren altijd tot de uitrusting.

-  Tevens heb je de juiste zeilkleding en zwemvest aan en zorg je dat je naar de wc geweest bent.

-  Eten en drinken wat je mee wil nemen ligt dan in een afgesloten tas in je eigen begeleidingsboot.

Als we na het zeilen terug zijn wordt alles opgeruimd. De ouders zullen hierbij moeten helpen. We gaan niet eerder weg voordat iedereen klaar is. We sluiten iedere les (per groep) gezamenlijk af. Indien iemand iets eerder of snel weg moet wordt dit voor de les meegedeeld bij de begeleider.

Vorige les:

  • Optuigen en benoemen. 
  • Windrichting ten opzichte van je boot.  
  • Zeilstanden en schootbediening. 
  • Oploeven en afvallen.  
  • Regels bij het uitzeilen van de haven.

Theorie

1. Overstag.

Tijdens het overstag gaan stuur je de boot met de voorkant (boeg) eerst naar de wind toe. (Dit heet oploeven weet je nog.) Dan laat je de voorkant van je boot door de wind gaan en draai je weer van de wind af. (Afvallen, weet je nog.) Tijdens het overstag gaan lig je dus even met de boeg van je boot tegen de wind in. Als je te langzaam overstag gaat kom je stil te liggen en drijf je mischien wel achteruit. De meeste gaan dan met het roer "wrikken" om de boot verder te laten draaien. Dit is niet de bedoeling.

Tijdens het overstag gaan moet je onder de giek door naar de andere kant van je bootje om daar weer op de goede plek te gaan zitten. Omdat je met de boeg in de wind ligt zal het zeil even gaan gaan klapperen. 

 Je moet dus zorgen dat je in een vloeiende snel overstag gaat. Zo voorkom je:

- Stilliggen, achteruit drijven en wrikken.

- Dat je het zeil te lang laat klapperen.

2. Boot stilleggen.

Zeilen en vooral hard zeilen is leuk. Toch is het ook belangrijk dat je controle gaat krijgen over je boot. Je moet dus ook leren je boot stil te leggen of snelheid te minderen. Jullie hebben tijdens de eerste les een paar keer aangelegd bij het steiger. Dat gaat eigenlijk al heel goed.

Als je goed wilt leren de snelheid uit je boot te halen kun je dat het beste op open water oefenen bij een boeitje. Als je dan toch te hard gaat maak je geen schade. Probeer een paar keer bij halve wind en aan de wind (weet je het nog ) je boot stil te leggen bij een boei.

Je laat je schoot dan vieren. (wat nou met z'n vieren ik zit toch alleen in de boot). Het zeil gaat dan klapperen. Door de schoot wat aan te trekken gaat de achterkant van je zeil (achterlijk) wat wind vangen en gaat de boot weer wat harder voorruit. Als je de schoot weer laat vieren gaat je zeil weer klapperen en gaat de snelheid weer uit je bootje. Je schoot is eigenlijk een soort gaspedaal net als in de auto. 

(Als later je rijbewijs moet halen moet je niet vragen waar de schoot zit in de auto natuurlijk.)

Praktijk

Baan uitzetten en leren goed overstag te gaan. Iedereen moet na deze les in een vloeiende beweging overstag kunnen gaan. Zorg dat je niet hoeft te wrikken om je boot door de wind te laten gaan. Als dat goed gaat is het de kunst om zo min mogelijk snelheid te verliezen.

Jullie gaan 1 voor 1 oefenen om de snelheid te regelen bij halve wind en stil gaan liggen bij een boei.

 

 

Wordt Lid!
Wordt Lid
Facebook

imagesfacebook

Zoeken
Inloggen



Advertenties
Banner
Banner
Banner
Banner
Foto's leden