Home Jeugd Lessen Gevorderden Les 5

 Aanvang lessen:

8:30  In de haven om je voor te bereiden op de les.

9:00  Sta je compleet met je bootje klaar bij de aangewezen helling.

-  Zwaard, roer en mast met spriet en opgerold zeil in je bootje.

-  Peddel, hoosvat en sleeplijntje behoren altijd tot de uitrusting.

-  Tevens heb je de juiste zeilkleding en zwemvest aan en zorg je dat je naar de wc geweest bent.

-  Eten en drinken wat je mee wil nemen ligt dan in een afgesloten tas in je eigen begeleidingsboot.

Als we na het zeilen terug zijn wordt alles opgeruimd. De ouders zullen hierbij moeten helpen. We gaan niet eerder weg voordat iedereen klaar is. We sluiten iedere les (per groep) gezamenlijk af. Indien iemand iets eerder of snel weg moet wordt dit voor de les meegedeeld bij de begeleider.

Vorige les: 

  • Overstag
  • Gijpen

Theorie

Aanleggen:

Na het zeilen zul je toch ergens heen moeten varen om aan te leggen om uit de boot aan wal te kunnen gaan. Meestal gebruik je hier een steiger of kade voor. Je moet van te voren bekijken waar je het beste heen kunt varen om aan te leggen. De hoge wal is hier het meest geschikt voor. Dat is de walkant waar de wind vandaan komt. Soms heb je niet zoveel te kiezen. Als je bijvoorbeeld naar de helling in de haven zeilt kun je maar 1 koers varen en de windrichting bepaald dan of dat de hoge- of de lage wal is. 

Maar bij de steiger waar  we jullie heen slepen om je zeil op te tuigen kun je aan twee kanten aanleggen. Vaak is 1 kant de hoge kant. Dit hangt natuurlijk van de windrichting af maar als je daar aan wilt leggen probeer dan zelf te bepalen welke kant de hoge kant is.

Aanleggen aan de hoge wal kun je op 2 manieren doen:

Eerste is hoog aan de wind aan komen zeilen. (Let op: niet te hoog.) Met je schoot kun je dan je snelheid regelen. Zorg wel dat je een beetje snelheid hebt want als je stil komt te liggen drijf je af en moet je het opnieuw proberen.

Een opschieter maken. Op deze manier kun je aanleggen als er geen ruimte is om hoog aan de wind aan te komen zeilen. (Bijvoorbeeld in een smalle sloot.) Je zeilt dan halve wind langs de kant of steiger en op de plaats waar je aan wil leggen draai je je boot in 1 beweging in de wind. Als je de juiste afstand inschat lig op tijd stil. Je kunt ook je giek uitduwen om af te remmen.

 

Praktijk

Driehoek baan uitzetten met de volgende koersen: 1x in de wind en 2x ruime windse koers. Dus 1 rak opkruisen en 2 rakken ruime wind met een gijp. (Net als in les 4)

alt

Om de beurt de oefeningen aanleggen zoals hierboven beschreven gaan doen met behulp van de begeleidingsboten. De begeleidingsboot is dan de plaats waar je aan moet gaan leggen. Om de opschieter te oefenen kun je dat buiten de driehoek baan gaan proberen. Namelijk stukje halve wind gaan varen en dan in 1 beweging recht in de wind sturen. Je ziet dan hoel lang het duurt voor je bootje stil ligt. Probeer ook maar je giek uit te duwen om te remmen. 

 

Wordt Lid!
Wordt Lid
Facebook

imagesfacebook

Zoeken
Inloggen



Advertenties
Banner
Banner
Banner
Banner
Foto's leden